Nekklachten, schouderklachten, lage rugklachten, iedereen heeft wel eens (kortdurend) pijn in gewrichten en/of spieren. Met zulke problemen kan men terecht bij een fysiotherapeut, maar wist u dat osteopathie in veel opzichten erg nuttig kan zijn? Maar wat is nu eigenlijk het verschil tussen beide beroepen?
Insteek fysiotherapie
Als er bepaalde klachten ontstaan, richt de fysiotherapeut zich op de behandeling van de klachten van gewrichten, botten en spieren. Om de klacht te verminderen of te verhelpen, wordt er vooral geconcentreerd op het probleemgebied dat is aangegeven en wordt tegenwoordig regelmatig oefentherapie gebruikt als leidraad.
Wanneer osteopathie?
Bij osteopathie ligt dat net anders. Bij deze behandelwijze wordt gekeken naar het hele lichaam. Daarbij wordt er gefocust op drie lichaamssystemen: het bewegingsapparaat, het organensysteem en het zenuwstelsel. Er is altijd samenhang én onderlinge connectie tussen deze drie systemen in het lichaam. Als er in één van deze systemen een probleem zit, kan dat zich ook uiten in een van de andere. Zo kun je bijvoorbeeld rugklachten of nekklachten hebben, terwijl de oorzaak schuilt in de organen of het zenuwstelsel. Een osteopaat gaat op zoek naar de oorzaak van de klacht. Dit is de reden dat je ook met andersoortige klachten, zoals darmproblemen of slecht slapen etc bij de osteopaat terecht kunt.
Verschillen tussen werkwijze
Een osteopaat doorzoekt het gehele lichaam op obstructies en bewegingsverlies wat zou kunnen wijzen op oorzaken van de klachten van de patiënt. Zo kan het voorkomen dat er een ander lichaamsdeel behandeld moet worden dan waar de pijn zich uit. Een fysiotherapeut focust zich vaak alleen op het bewegingsapparaat en wordt er behandeld op de plek waar de pijn zich bevindt. Ook worden vaak oefentherapie en/of apparatuur ingezet om klachten te verhelpen.